Abraham en Ismaël

Heeft Abraham zijn zoon Ismaël opnieuw ontmoet nadat hij hem weggestuurd had?

Er zijn allerlei niet-Bijbelse bronnen met daarin verhalen over ontmoetingen tussen Abraham en Ismaël. Een bekende is te vinden in het boek Jasher, ‘De Oprechte’, dat ook in Jozua 10:13 en in 2 Samuel 1:18 aangehaald wordt. Volgens dat boek zou Abraham zijn zoon Ismaël terwijl Sara nog leefde twee keer opgezocht hebben en hem beide keren niet aangetroffen hebben. Hij zou beide keren een boodschap voor zijn zoon achtergelaten hebben bij diens vrouw. Dit verhaal past wel binnen de cultuur van het Midden Oosten maar ook weer niet helemaal. Redenen die het onwaarschijnlijk maken, zijn:

  • Abraham zou niet een lange reis maken en dan onverrichterzake terugkeren. Hij zou enkele dagen gewacht hebben totdat Ismaël thuis was, vooral de eerste keer. Als het verhaal zich afspeelde na een eerste ontmoeting dan had Ismaëls vrouw hem herkend.
  • Het zou vreemd zijn als Abraham contact zocht met zijn zoon terwijl Sara nog leefde. Die had zich daar hevig tegen verzet en haar man ertoe bewogen om van zijn plan af te zien.
  • Abraham was al een oude man die niet zomaar zelf op onderzoek uit zou gaan. Hij had genoeg knechten om Ismaël te gaan zoeken en een bezoek voor te bereiden.

Voor de meeste lezers is het bekend dat Izak en Ismaël samen hun vader begraven hebben. Dat betekent dat de halfbroers elkaar in elk geval na het overlijden ontmoet hebben. De meest betrouwbare bron is en blijft de Bijbel. Daarin wordt een hint gegeven over een ontmoeting tussen Abraham en Ismaël. In Genesis 25:6 wordt genoemd dat Abraham de zoons van zijn bijvrouwen met geschenken wegzond. Wie waren die bijvrouwen? In 1 Kronieken 1:28-34 wordt Abrahams nageslacht beschreven. De openingszin noemt Ismaël en Izak als Abrahams zonen, zonder hun moeders te noemen. In vers 32 wordt Ketura, de bijvrouw van Abraham bij name genoemd, gevolgd door haar zonen. Noch hier noch elders worden andere bijvrouwen van Abraham genoemd. En er worden ook op geen enkele plaats andere zoons van Abraham genoemd. Ter vergelijking, in 1 Kronieken 3:1-9 wordt het nageslacht van een andere belangrijke persoon in de geschiedenis van Israel beschreven. Na een opsomming van heel wat zonen wordt in het laatste vers duidelijk vermeld dat David nog meer zonen had van bijvrouwen. Daarom is het een verantwoorde interpretatie om te stellen dat ‘bijvrouwen’ in Genesis 25: naar Hagar en Ketura verwijst. Dat betekent dat Abraham kort voor zijn dood een ontmoeting gehad heeft met Ismaël. Had hij hem in het verleden met lege handen weggestuurd, nu werd hij overladen met geschenken. Abraham hield zielsveel van zijn eerstgeboren zoon en wilde hem helemaal niet wegsturen. Hoeveel te meer moet zijn hart verlangend uitgegaan zijn na het overlijden van Sara. Ofschoon er in de Bijbel dus geen verhalen opgetekend zijn waarin beiden specifiek bij name genoemd worden na het wegsturen, is het aannemelijk dat ze na het overlijden van Sara weer een relatie met elkaar opbouwden.

Share this...Share on Facebook1Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone