Wie hebben hun naam direct van God ontvangen?

Wie over deze vraag nadenkt komt al gauw tot de namen van Jezus en Johannes. Ook andere namen komen in gedachten, zoals Samuel en Simson. Op basis van interpretatie komen sommigen tot de volgende lijst van namen:

1)      Ismaël        – Genesis 16:11
2)      Izak            – Genesis 17:19
3)      Salomo    – 1 Kronieken 22:9
4)      Josia        – 1 Koningen 13:2
5)      Kores       – Jesaja 44:28
6)      Johannes – Lukas 1:13
7)      Jezus       – Mattheüs 1:21

Hieraan zou nog een zoon van Jesaja toegevoegd kunnen worden, namelijk Maher Sjalal Chasj Baz (Jesaja 8:1).

Bestuderen we de manier waarop deze personen hun naam van God ontvingen, dan blijkt dat er een groot onderscheid is in de manier waarop dat gebeurde.

In het geval van Josia werd er een profetische uitspraak gedaan dat er een koning zou opstaan met de naam Josia, die een oordeel van God zou uitvoeren. Later was er inderdaad een koning met de naam Josia die de profetie vervulde. Dat wil niet zeggen dat zijn ouders hem de naam Josia gaven op grond van Gods gebod.

Dit is al helemaal duidelijk in het geval van Kores. God voorspelde door de mond van de profeet dat op een dag een heidense regeerder met de naam Kores het volk Israel zou helpen. De kans is nihil dat zijn Perzische ouders van de profetie wisten en ook nog eens hun zoon de naam Kores gaven in gehoorzaamheid aan de God van Israel.

Dan is er de zoon van Jesaja. Op een dag gebood God hem om de woorden Maher Sjalal Chasj Baz op een bord op te schrijven. Pas na de geboorte van zijn zoon, kreeg hij de opdracht om die woorden te gebruiken als naam voor het pasgeboren kind (Jesaja 8:3).

Toen David aan het eind van zijn leven de bouw van de tempel aan zijn zoon Salomo overdroeg, gaf hij hem inzicht in de achtergrond van zijn naam. David legde uit dat God gezegd had dat hij een zoon zou krijgen, wiens naam Salomo zou zijn. David kreeg deze boodschap van God niet specifiek voor of tijdens de zwangerschap van Bathseba. Ofschoon het mogelijk is dat God op dat moment tegen David zei: ‘Dit is degene die je Salomo moet noemen, wordt dat niet uitdrukkelijk in de Schriften vermeld. Het is zelfs zo dat er wel uitdrukkelijk staat dat God de naam Jedidja gaf aan deze zoon (2 Samuel 12:25.

Daarmee blijven vier mensen over die heel specifiek voor hun geboorte door God genaamd werden. Alle vier werden zowel de geboorte als de naam op bovennatuurlijke wijze aangekondigd. De engel des Heren verscheen aan Hagar en Sara, de engel Gabriel verscheen aan Elizabeth en Maria. Daarmee onderscheiden deze vier naamgevingen zich op unieke wijze van de rest. Wat zou God daardoor tot ons willen zeggen?

Share this...Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone