Hagrieten

De Hagrieten komen weinig voor in de Bijbel.
In 1 Kronieken 5:10, 19-20 wordt een conflict beschreven tussen de stam van Ruben en de Hagrieten en hun bondgenoten. Hieruit valt op te maken dat de Hagrieten ten oosten van de Jordaan woonden.
Later wordt er vermeld dat David een Hagriet in dienst had die voor zijn schapen zorgde (1 Kronieken 27:31).
Tot slot worden de Hagrieten in Psalm 83:7 genoemd als een van de volken die Israel willen uitroeien.

De Hagrieten worden in het algemeen gezien als nakomelingen van Hagar. Omdat zowel in 1 Kronieken 5 als in 1 Kronieken 27 een duidelijk onderscheid gemaakt wordt tussen Ismaëlieten en Hagrieten, moet er sprake zijn van twee verschillende volken. De meest voor de hand liggende conclusie is dat Hagar opnieuw trouwde en kinderen kreeg, die later Hagrieten genoemd werden en die in de buurt van hun familie, de Ismaëlieten, gingen wonen.

NB: Een van koning Davids helden is Mibhar, de zoon van Hagri (1 Kronieken 11:38). Omdat deze eigennaam in het Hebreeuws dezelfde consonanten bevat als ‘Hagriet’, was hij mogelijk een stamlid van de Hagrieten, maar dat is niet met zekerheid vast te stellen.

Share this...Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someone